Onderwijs in de Nederlandse taal en cultuur in Seattle

Onderwijs

NTC-onderwijs kenmerkt zich door een grote diversiteit in leeftijdsgroepen en taalniveaus. Bij de organisatie van de Oranjeschool is met opzet rekening gehouden met variaties in het niveau van de leerlingen en de beschikbare leerkrachten en assistenten.

Speelgroep

De speelgroep komt bij elkaar van 9.45u tot 11.15u. Kinderen in de speelgroep hebben de leeftijd van 0 t/m 2 jaar. Er dient altijd één ouder per leerling tijdens de les aanwezig te zijn, maar beide ouders, grootouders of andere familieleden zijn ook welkom. De aandacht ligt vooral op liedjes zingen en rijmpjes leren en er worden korte verhaaltjes voorgelezen. De begeleider van de speelgroep maakt gebruik van de methode Uk en Puk. Zoals de naam al zegt, is er ook veel tijd om te spelen, knutselen en kleuren van kleurplaten met een Nederlands thema. De voertaal in de speelgroep is Nederlands.

Instroomgroep

In de instroomgroep krijgen leerlingen vanaf 3 jaar een opstap voor het onderwijsprogramma van groep 1 van het Nederlandse basisonderwijs. Met behulp van de methode Puk & Ko en themagerichte activiteiten worden de leerlingen spelenderwijs ondersteund bij de ontwikkeling van hun Nederlandse taalvaardigheid en via sociaal spelen wordt hun woordenschat uitgebreid. Ouders wordt gevraagd regelmatig in de klas te helpen.

Onderbouw: groepen 1 en 2

De onderbouw bestaat uit kleutergroep 1 en kleutergroep 2. Voor de groepen 1 en 2 wordt gebruik gemaakt van de taalmethode De Leessleutel, die speciaal is ontwikkeld voor de jongste kinderen. Hierbij staan vijf onderdelen van de taalontwikkeling centraal:

  • ontwikkelen van het taalgebruik bij jonge kinderen
  • uitbreiden van de woordenschat
  • kinderen kennis laten maken met boeken en verhalen
  • kinderen bewust maken van vormaspecten van taal
  • kinderen oriënteren op de functies van geschreven taal.

Middenbouw: groepen 3a en 3b

De middenbouw bestaat uit leerlingen op het niveau groep 3 in het Nederlandse basisonderwijs. Dit is een cruciale groep, waar de beginselen van het lezen en schrijven in het Nederlands worden geleerd. Deze leerlingen werken met de methode De Leessleutel voor groep 3, een voorzetting van de methode die in groep 1 en 2 wordt gebruikt. Via thema’s wordt aandacht besteed aan spreken, lezen, luisteren, woordenschat, schrijven en spelling. Daarnaast krijgen alle leerlingen van de middenbouw naast het leeshuiswerk een huiswerkopdracht mee die aansluit op de les van die week.

Vanaf het schooljaar 2016-2017 bieden wij een tweejarig programma aan voor groep 3: groep 3a en 3b. Alle leerlingen stromen vanaf groep 2 in principe door naar groep 3a. Na groep 3a stromen leerlingen respectievelijk door naar groep 3b of groep 4, afhankelijk van hun taalniveau. Leerlingen die nog extra hulp nodig hebben met de Nederlandse taal wordt geadviseerd door te stromen naar groep 3b. In groep 3b ligt de aandacht op woordenschat en taalverkenning. Hiermee geven we de leerlingen in groep 3b een bredere basis om verder aan het Nederlands te werken.

Bovenbouw: groepen 4 t/m 8

De leerlingen in de bovenbouw maken allemaal gebruik van de taalmethode Taal Actief versie 4. Deze methode is speciaal voor de leergangen van groep 4 t/m 8 van het Nederlandse basisonderwijs. Tijdens het plannen van de lessen houden de leerkrachten rekening met de volgende specifieke uitgangspunten:

  • Het accent ligt op het taalgebruik (luisteren, spreken, lezen, schrijven), met andere woorden taal leren door doen.
  • De lessen moeten aansluiten bij de leef- en ervaringswereld van de leerlingen. Tijdens de les wordt veel klassikaal gewerkt om het luisteren en spreken te stimuleren.

Daarnaast worden de lessen zoveel mogelijk gedifferentieerd naar niveau, tempo en belangstelling van de leerlingen. De leerlingen van de bovenbouw krijgen iedere week naast het leeshuiswerk een huiswerkopdracht mee die aansluit op de behandelde stof van die week.

Verder wordt er in deze groep meer dan in de andere groepen aandacht besteed aan cultuur, gewoonten, geschiedenis en actualiteiten van Nederland. De leerlingen krijgen maandelijks les van een geschiedenisdocent, waarbij de historie van Nederland wordt verkend. Jaarlijks worden hiervoor schoolbreed thema’s vastgesteld en werken de leerlingen met opdrachten en projecten rond deze thema’s. Tevens komen andere belangrijke wetenswaardigheden over Nederland (kenmerken grote steden, achtergrond Nederlandse feestdagen, etc.) projectmatig en thematisch aan bod. Bij de keuze van de thema’s wordt uiteraard ook rekening gehouden met de belevingswereld van de kinderen.